Fout
  • Fout bij laden feed data.
PDF Afdrukken E-mailadres
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Ondertussen bij de buren

Tijdens de verkiezingscampagne en het politiek getouwtrek rond de informatie lijkt Nederland wel het middelpunt van de kosmos te zijn. We houden ons bezig met de hypotheekrenteaftrek, jeugdzorg en de AOW. Vergeten we daardoor niet het leed dat honderdduizenden Sudanezen treft in Darfur? Herman Paul en Cors Visser vragen zich af, of Nederlandse christenen iets kunnen leren van Amerika's betrokkenheid op Darfur. (Nederlands Dagblad, 2006)

 

Cors Visser: In enkele weken tijd waren weer 80.000 Sudanezen op de vlucht gejaagd, onder wie 50.000 burgers uit de Darfur-regio. Berichten over moord, doodslag en verkrachting blijven binnenstromen. 4,3 miljoen mensen leven op de rand van het bestaansminimum. Terecht vroeg VN-secretaris-generaal Kofi Annan zich af wat de internationale gemeenschap doet, toen hij begin december opnieuw de afgrijselijke situatie in Darfur onder de aandacht bracht.

En hoe reageert de internationale gemeenschap? Het lijkt erop dat sommige landen actiever betrokken zijn, meer compassie tonen, meer met Darfur in hun maag zitten dan Nederland. Neem de Verenigde Staten, daar kom je Darfur zelfs tegen op de theatervloer. Een Untitled Darfur Play over vluchtelingenwerkers in Sudan, brengt de ellende van de regio onaangenaam dichtbij. Na afloop is er discussie en worden bezoekers opgeroepen het Amerikaanse congres te bellen over de kwestie-Darfur. Hebben de VS de boodschap van Kofi Annan begrepen? Kan Nederland iets leren van Amerika's betrokkenheid?

 

Herman Paul, vanuit Princeton: Misschien heb je gelijk. Ik denk aan het United States Holocaust Memorial Museum in Washington DC. Dit indrukwekkende museum wil niet alleen de Tweede Wereldoorlog herinneren, maar ook werk maken van het 'nie wieder' (nooit weer een holocaust, waar ook op aarde) dat westerse landen in 1945 hebben uitgesproken.

Een paar weken geleden, tijdens Thanksgiving, projecteerde het museum reusachtige foto's uit Darfur op flats en kantoorgebouwen in downtown Washington. Foto's van spelende kinderen, fiere vrouwen, ingevallen gezichten, lege putten, brandende dorpen, eindeloze rijen witte tenten in een vluchtelingenkamp. Als we zeggen dat een Holocaust 'nooit meer' mag gebeuren, luidde de toelichting, waarom doen we dan zo weinig voor Darfur?

Of deze actie 'typisch Amerikaans' is, durf ik niet te zeggen. En of mijn krant, de New York Times, met haar uitvoerige reportages uit Sudan representief is voor 'de' Amerikaanse media, is lastig uit te maken. Maar sinds mijn verhuizing naar de States wordt ik vaker en indringender met de genocide in Sudan geconfronteerd dan daarvoor.

 

CV: Leeft Darfur ook in de Amerikaanse kerken?

 

HP: Half december, op een zondag die de VN hadden uitgeroepen tot internationale dag van de mensenrechten, was Darfur een thema in diverse protestantse kerken. Mijn presbyteriaanse pastor preekte die morgen over de tien bruiloftsmeisjes uit Matteüs 25. Als enigszins ervaren kerkganger kun je, inderdaad, vermoeden waar zo'n preek op uitloopt: op de noodzaak onze lampen brandend te houden, dat wil zeggen het geloof te bewaren, en uit te zien naar Jezus' tweede komst.

Zo niet die morgen. De preek ging over de nacht en over de slaperigheid van de meisjes. Over wat er in die lange, donkere nacht zoal gebeurt terwijl wij liggen te dutten. De dominee had het er zichtbaar moeilijk mee. Hij vertelde hoe Matteüs 25 open lag op zijn bureau, terwijl de e-mails binnenstroomden. Over Darfur. Over 100.000, mogelijk 400.000 doden. Over verkrachtingen, stromen vluchtelingen, voedselgebrek. Over de foto's in Washington DC (,,a cry for justice in the dark''). Over een nacht die alsmaar donkerder wordt. Over een tijd waarin de olie schaars is.

Als je dan weer op de fiets stapt, onder een stralende december-zon, op weg naar de zondagse koffie, dan kun je (terecht) denken dat dit een linkse preek was. Typisch mainline presbyteriaans, misschien. Toch klemt de vraag. Als we zeggen dat een Holocaust 'nooit meer' mag gebeuren, waarom doen we dan zo weinig voor Darfur?

 

CV: Hoe vaak, vraag ik me af, bidden Nederlandse kerken voor Sudan? Hoe vaak bidden we zelf voor die regio? Om maar niets te zeggen over het gebrek aan christelijke acties om Darfur op de politieke agenda te krijgen. In orthodoxe Nederlandse kerken is, vrees ik, weinig aandacht voor de ramp die zich in West-Sudan voltrekt. In de politiek overigens ook niet. Als Sudan de laatste weken al op de politieke agenda stond, was het vanwege onze Nederlanders daar. Jan Pronk die de grens werd overgezet en 'onze' ambassadeur die zijn handen niet kon thuishouden. Nauwelijks een woord over de milities die stelselmatig mensen een grens over helpen - die van het leven - en verkrachtend door de regio trekken.

Wellicht bestaat er een gezonde Hollandse nuchterheid, die ons vertelt dat we niet aan alle ellende op de wereld een einde kunnen maken. Ook kunnen er, uiteraard, vraagtekens geplaatst worden bij de Amerikaanse inmenging in allerlei buitenlandse aangelegenheden. Het blijft echter een feit dat Amerikanen zich op dit moment het lot van mensen in Darfur meer aantrekken dan Nederlanders - en dat terwijl ze heus om binnenlandse problemen niet verlegen zitten.

Zouden onze gebeden, persoonlijk en in zondagse diensten, een afspiegeling kunnen zijn van wat we belangrijk vinden? Zou - een pijnlijk item - ons geefgedrag in de laatste weken van het jaar een spiegel kunnen zijn van ons prioriteitenlijstje? Zou onze gebrekkige aandacht voor een humanitaire ramp iets vertellen over de grenzen van ons wereldbeeld? We denken en bidden toch niet te kleinburgerlijk, druk met onszelf terwijl elders de aarde dreunt onder vluchtende voeten van mensen zonder hoop?

 

Dr. Herman Paul is onderzoeker aan het Center of Theological Inquiry in Princeton. Ir. Cors Visser is directeur van het ICS, Forum voor geloof, wetenschap en samenleving.

 

 

Twitter Feed