Fout
  • Fout bij laden feed data.
PDF Afdrukken E-mailadres
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Kuiterts verzet tegen windmolens

Het verzet van professor Kuitert tegen een dreigend religieus regime is volgens Cors Visser volstrekt niet overtuigend. Het berust op drie denkfouten en een aanvechtbaar vertrekpunt. Eerlijkheid over de diepste motivatie helpt het publieke debat juist verder. (september 2007)

 

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag beschreef Gert J. Peelen de gedachten van professor H.M. Kuitert naar aanleiding van diens nieuwste boek ‘Dat moet ik van mijn geloof’. Kuitert is bang dat er gemorreld wordt aan de scheiding tussen kerk en staat. Tegelijkertijd fulmineert hij tegen het beroep dat godsdiensten doen op een hogere macht in discussies over de samenleving. Er valt wat af te dingen op de argumentatie van Kuitert.

De eerste fout die Kuitert maakt, is door de Islam en de christelijke godsdienst op één hoop te gooien. Dat is onterecht als het gaat over politiek en samenleving. Het christendom is begonnen als een religie zonder politieke ambities, onderscheid tussen kerk en staat zit in de genen van het christendom. Dit ondanks het feit dat een deel van het christendom in een deel van de wereld gedurende een bepaalde tijd als machthebber zeer verwerpelijk heeft huisgehouden. Bij de Islam hangen godsdienst en macht veel meer samen, er is in grote delen van de Islam geen functioneel onderscheid tussen privaat en publiek. Kijk alleen maar naar de landen waar de moslims in de meerderheid zijn; al deze landen kennen slechts zeer beperkte vrijheden.

Een tweede denkfout heeft te maken met het beroep op een hogere macht. Kuitert betoogt dat religieuzen hun argumentatie niet aan een godheid mogen ontlenen. Het merkwaardige is hij het wel goed vindt als gelovigen op een of andere manier hun overtuigingen verwerken in hun publieke optreden. Volgens hem kunnen gelovigen vaak niet anders. Zo heeft hij er bijvoorbeeld geen moeite mee als de ChristenUnie tegen embryoselectie is, maar ChristenUnie politici mogen niet zeggen dat het te maken heeft met hun God. Nu lijkt het mij ook niet verstandig ook om met een argument als ‘van god moet dit of mag dit niet’ aan te komen, daarmee overtuig je niemand. Maar het is volstrekt onduidelijk waarom het niet zou mogen. Waarom mogen religieuzen wel hun religie betrekken op de politiek, maar niet benoemen waar hun argumentatie vandaan komt? Zoals ik het begrijp is Kuitert inconsequent: het is of de combinatie religie en politiek uitbannen of die toestaan, maar niet een willekeurige lijn trekken bij een letterlijk beroep op een hogere macht.

Hiermee stuiten we op de derde denkfout van professor Kuitert. Volgens hem zijn religies in het publieke domein onvergelijkbaar met andere stromingen vanwege het uiteindelijke beroep op een hogere macht. Niet-religieuze politieke stromingen, suggereert de theoloog, kunnen daarentegen logisch beargumenteren waarom zij voor of tegen bepaalde zaken zijn. Dat is een onhoudbaar standpunt. Elke politieke stroming heeft meerdere basale uitgangspunten die niet verifieerbaar zijn. Of dat nu de autonomie van de mens is, rationaliteit, de waardigheid van het dier of het geloof dat mensen in gemeenschappen beter functioneren. Het enige wat in het publieke debat kan is de ander proberen te overtuigen dat de gevolgen die jij trekt uit jou vertrekpunt een betere samenleving zullen opleveren. En dat geldt voor iemand die zijn religie betrekt in de politiek net zo goed als iemand die zijn overtuigingen aan een ander idee ophangt.

In zijn boek blijkt uiteindelijk waarom Kuitert dit alles vindt. Hij is bang voor verandering. Volgens hem hebben kerken mede bijgedragen aan de cultuur, de waarden en normen die we nu bezitten. En Kuitert vindt het goed zoals het nu is. Dan is het voorstelbaar dat hij elk voorstel dat ingaat tegen de huidige waarden als bedreiging ervaart. En volstrekt legitiem. Maar geen reden om met ondeugdelijke argumenten verandering tegen te gaan. Het publieke debat en het publieke domein zijn gebaat bij een discussie waarbij mensen het achterste van hun tong laten zien. Het inbrengen van achterliggende waarden – of dat nu een godheid is of een idee - geeft de mogelijkheid tot discussie over elkaars argumentatie en gevolgtrekkingen. Daarmee kan iedereen zijn inbreng hebben in het publieke debat. En dat is heel wat anders dan morrelen aan de scheiding tussen kerk en staat. Het is recht doen aan de diepste overtuigingen van iedere Nederlander.

 

 

 

 

Twitter Feed