Fout
  • Fout bij laden feed data.
PDF Afdrukken E-mailadres
Gebruikerswaardering: / 1
LaagsteHoogste 

Nonfictie

De afgelopen weken hoorde ik een paar mensen zeggen dat ze veel lazen en dat hun leesgedrag zich beperkte tot nonfictie. Ik wist niet wat ik hoorde en enigszins verbijsterd wist ik mezelf geen houding te geven. Wat is gepast in zo'n situatie: medelijden, verdriet, hoongelach?

 

Ik vrees echter dat de bekentenis van deze mensen niet op zichzelf staat. Vermoedelijk leeft bij een groot deel van de bevolking het idee dat nonfictie belangrijker of veelzeggender is dan fictie. Voor calvinistjes zal wellicht de angst voor onnutte tijdbesteding meespelen. Wie echter even nadenkt, weet dat nonfictie per definitie inferieur is, het ünterbuch ten opzichte van fictie, het überbuch.  Alleen de naam al: 'nonfictie'; het betekent dat de norm fictie is en alle andere varianten slechts slappe aftreksels zijn. Neem bijvoorbeeld nonprofit, nonverbaal, nonactief, nonfood en nonproliferatie: allemaal liflafjes ten opzichte van hun
tegenpool.

 

Als je iets te vertellen hebt,  ga je een verhaal vertellen; fictie dus. Wie niets te vertellen heeft, maar wel zijn of haar kennis wil etaleren, schrijft nonfictie. Het is wijsheid versus kennis. Niet voor niets is
iemand die nonfictie schrijft een publicist of hoogstens een auteur; alleen iemand die goede nonfictie schrijft mag de eretitel 'schrijver' dragen. Maar het belangrijkste argument voor het überbuch is dat - laten we eerlijk zijn – er amper nonfictieboeken zijn die een grote invloed hebben gehad op deze wereld terwijl de impact van fictie zeer groot is. Denk maar aan de Negerhut van Oom Tom, Max Havelaar of 1984.

 

En wie is er nu vormender geweest voor een hele generatie Nederlanders: Annie M.G. Schmidt en Mulisch of Swaab en Spinoza?

De ware wijze leest geen Plato, maar Pluk.

 

Verschenen in Sophie, winter 2011

Pluk

 

 

 

 

Twitter Feed